Reis om de wereld in Luuk dagen, deel 7: Llama zegt ‘Wat?’

20 jan

De citadel van Dharamsala was misschien niet een van de zeven wereldwonderen, maar het had er zomaar een kunnen zijn. Een groot paleis, gehouwen uit zand, een entree gemaakt van lapis lazuli, vloeren belegd met smaragden en spouwmuren die grote spiegels waren. Aan het uiteinde van de enorme inkomsthal zwaaide een immense pendule onder een klok met één kleine en wel negenendertig grote wijzers, één voor elke tijdzone op onze wereld. Geüniformeerde mannen met op hun ruggen de afdruk van een gehoefde llama-poot liepen af en aan, en voortdurend arriveerden koeriers en boden met het laatste nieuws omtrent belangrijke gebeurtenissen op het wereldtoneel.
“Een aanslag in het Midden-Oosten!”, riepen ze, of “De Dow Jones is gedaald! Verkopen, verkopen!” Ook al verkeerde de dalai lama in ballingschap, hij zou zich niet laten afsluiten voor de buitenwereld.
Luuk was een tikje overdonderd toen hij binnenkwam. Hij had verwacht zo door te kunnen lopen naar de dalai lama, maar het was duidelijk dat dit meer voeten in aarde zou hebben.
“Had u een afspraak?”, vroeg een jongedame die achter de receptie zat. Luuk was aangenaam verrast dat ze Nederlands sprak. Met al deze wereldreizen zou hij bijna zijn moedertaal verleren.
“Een afspraak?”, peinsde Luuk hardop, “Moet je tegenwoordig een afspraak hebben om naar de llama te mogen?”
“Jazeker. De lama is een drukbezet man.”, zei het meisje, “Wacht eens even… Die aristocratische oogopslag, die grote neusgaten… Ken ik jou niet ergens van?”
Luuk zweeg diplomatiek. Hij was berucht in zijn onvermogen om gezichten te herkennen. Vrijwel elk gezicht had evenveel ogen, oren, een neus en een mond; hij vond het haast onmogelijk daar onderscheid in te vinden. Er waren dagen dat hij in de spiegel keek en zich afvroeg aan wie het ingevallen, vermoeid ogende gezicht dat terug staarde kon toebehoren.
“Ik weet het zeker. Ja, Luuk van Dijk! Jij bent het!”, riep ze. Ze viel hem nog net niet om de hals. Die ogen… Had hij die ooit eerder gezien? Haar mond misschien? Was er iets bijzonders of unieks aan haar jukbeenderen of haar voorhoofd dat een herinnering triggerde? Hoe hard hij ook zijn best deed, hij kon niets bedenken. “Sorry als ik je niet herken, meisje, maar ik heb net drie maanden in een Joodse cel doorgebracht en laat ik het zo zeggen: dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”
“Ik ben het, Luuk. Bobbine, van je middelbare school. Ik zat naast je bij wiskunde. Oh, wat hebben we wat afgelachen bij de lessen van die oude meneer Brekelmans.”
“Oh ja”, loog Luuk, “Nu weet ik het weer. Hoe gaat het met je, Wobine?”
“Na de middelbare school ben ik gaan reizen.”, zei Bobbine, “Ik heb de hele wereld gezien. Rusland, Japan, de Amerika’s. En Tibet natuurlijk. Bij het boeddhisme bleek toch echt mijn hart te liggen. Ik heb hier geholpen een school voor weeskinderen op te zetten. Op die manier kreeg ik de aandacht van de hoogste leider van het boeddhisme, en nu ben ik de persoonlijke assistente van de dalai lama.”
De lamaverzorgster, dacht Luuk, daar is ze dan voor naar school geweest. “Ik zou graag de lama persoonlijk spreken. Kun jij dat voor me regelen?”
“Ik zou het voor je kunnen regelen”, zei ze aarzelend, “Maar…” Een traan welde op in haar ooghoek. “Ik word nu even teveel in beslag genomen door het probleem waarmee ik kamp. Het zit zo: Ik ben mijn zilveren halsketting verloren, een erfstuk van mijn moeder, moge zij rusten in vrede.”
“Ja”, begon Luuk, “Als ik…”
“Oh! Wat lief dat je wilt doen.”, zei ze, “Typisch Luuk! Ik heb altijd al geweten dat je een goed mens was. De halsketting werd me ontstolen door bedoeïenen. Ze hebben zich verschanst in een grot. Hier, ik zal de locatie op je kaart aangeven.”
“Geen zorgen, deze jongen heeft GPS.”, zei Luuk, zwaaiend met mijn Blackberry, “Mail me de coördinaten maar door.”
Met die woorden keerde hij zich om en wandelde terug naar de riksja. “Daar ga ik weer”, zei hij bij zichzelf, “Het ergst is dat ik me niet eens meer herinner waarom ik hier ben, of wat ik hier doe. Wat bezielde me om naar het buitenland te gaan? Ik had beter gewoon in Nederland kunnen blijven. Weet je wat? Dat is wat ik doe. Ik ga gewoon terug naar huis. Het is leuk geweest. Dag Tibet! Dag Azië! Als je Luuk van Dijk zoekt, dan zit hij thuis met een goed boek op de bank.”
Hij klom in de riksja, ging zitten, en besefte toen pas dat er iemand naast hem zat. Een figuur in zo’n lama-uniform, een werknemer van de dalai lama.
“Zoek je eigen riksja, maat.”, begon Luuk maar voor hij zijn zin had afgemaakt was er een lap chloroform tegen zijn gezicht gedrukt…

VOLGENDE KEER: DE FINALE!

Een verlaat kerstbericht!

26 dec

Beste lezer(s),

Bij deze een heel gelukkig kerstfeest en spetterend nieuwjaar.
Warme groeten van het creatieve team achter ‘Te veel bloggers’, te weten Rutger, Kiki, Milou, Edgar, Clavicus, Freek en natuurlijk Madeltar!

Reis rond de wereld in Luuk dagen kerstspecial

12 dec

WAT VOORAFGING:

Kom op, die drie mensen die dit nog lezen, kijken toch alleen voor de malle grappen en doldwaze situaties. Ik kan hier alles schrijven wat ik wil. By the way, die Occupy-beweging houdt het nog verrassend lang vol, niet? Toen ze begonnen gaf ik ze misschien drie dagen, maar ze zitten er nu al maanden. Chapeau, Occupy. Ook al deel ik jullie standpunten niet, ik respecteer dat jullie het volhouden.

WAT NU VERDERGING:

De taxi kon Luuk en Laetitia naar de grens tussen Tibet en India brengen. Daarna zouden ze moeten overstappen in een riksja, of trishaw, om de rest van de weg naar Dharamsala, de citadel waar de dalai lama zich voor Luuk van Dijk verschanste, af te leggen.
Tibet vond Luuk maar een leeg land, en hij was blij dat hij het achter zich kon laten. Teveel bergen, te weinig volk, en dan die ijle lucht die overal hing. Luuk was de mening toegedaan dat het maar laf was je land met bergen en dalen te vullen en het daarbij te laten; zo kon hij het ook. Waar was de cultuur, de muziek? Als je één boeddhistisch monnikkenklooster had gezien, had je ze eigenlijk allemaal gezien. Alleen al de gedachte zeven jaar in een land als dit door te brengen, zoals de Duitse bergbeklimmer Heinrich Harrer had gedaan, maakte hem neerslachtig.
Na een rit van tientallen weken, reden ze dan eindelijk India binnen, waar ze overstapten op een riksja. Luuk gaf de chauffeur van de taxi geen fooi, en betaalde hem, omdat hij zich geen raad wist met de Chinese muntsoort (de zogeheten renminbi), waarschijnlijk te weinig, maar de chauffeur, gewend aan vijf decennia van onderdrukking, was te beleefd om hier iets van te zeggen.
De bergen maakten plaats voor krottenwijken. Luuk vond India maar een rommelig land. Teveel mensen, teveel verkeer op de weg. Vreemde geurtjes en onverstaanbaar bastaard-Engels. Hij weigerde alle etenswaren die hem werden aangereikt. Zijn westerse gestel was deze specerijen niet gewend, en hij zou waarschijnlijk salmonella of een fikse buikgriep oplopen. Wat zei hem bovendien dat deze mensen zich geen schuldig maakten aan kannibalisme? Het zou de eerste keer niet zijn dat Luuk in een vreemd oord een stuk mensenvlees kreeg aangeboden*. Dus hield hij het bij de zakken vol krentenbollen die hij in al zijn wijsheid van huis had meegenomen, en hoopte uit alle macht dat hij geen scheurbuik zou oplopen.
Tijdens de riksjarit had Luuk een vreemde gewaarwording. Terwijl ze over rommelig terrein reden en de ongeasfalteerde rijkswegen van India trotseerden en Laetitia keer op keer in zijn armen werd geslingerd, betrapte hij zich erop dat hij haar stiekem wel lekker vond ruiken, dat hij genoot van de manier waarop de wind met haar haar speelde, dat hij begon uit te zien naar de volgende hobbel, het volgende gat in de weg.
Deze gevoelens verwarden en beangstigden hem. Kon het zijn…? Was hij… verliefd aan het worden? Nee toch! Luuk, blijf bij je principes, sprak hij zichzelf streng toe. Vrouwen zijn altijd een dood spoor voor je geweest. De herenliefde, dat is jouw ‘ding’, je hobby, je voornaamste karaktereigenschap zelfs. Om dat nu allemaal overboord te gooien, alsof het een jeugdige bevlieging was, zou schandelijk en verwerpelijk zijn!
“Ik ben slaperig”, zei Laetitia, “Is het goed als ik jouw borst als kussen gebruik?”
“AAAAAI!!!!”, riep Luuk.

WORDT VERVOLGD.

* Zie ‘Luuk van Dijk bezoekt Vlissingen’

Reis rond de wereld in Luuk dagen, deel 5

24 nov

WAT VOORAFGING:

De excentrieke doch innemende promovendus Luuk van Dijk is op reis rond de wereld! Hoewel de buitenwereld denkt dat hij met zijn charmante assistente Laetitia voor Tilburg University op een bronnenverificatie-onderzoek is, weet alleen Luuk dat hij een nog veel duisterder doel voor ogen heeft: zijn nieuwe bazen bij de Mossad willen dat hij de veertiende dalai lama ombrengt!

WIE-WA! WIE-WA!
Politiehelikopters cirkelden boven MacLeod Ganj, zetel van de veertiende dalai lama, de allerheiligste man van de wereld. Een dikke rookpluim walmde uit een krater die even tevoren in de grond voor een oud kloostergebouw was geslagen. Mensen schreeuwden, sirenes jankten.
“De dalai lama!”, riep iemand, “De dalai lama is in rook opgegaan!”

TWINTIG WEKEN EERDER.

Luuk van Dijk tuurde zwijgend uit het raam terwijl zijn vliegtuig landde op Tibet International Airport. Azië, was dit Azië? Nu kon hij zeggen dat hij in vier werelddelen was geweest. Zijn oude moedertje zou trots op hem zijn.
“Ik begrijp niet dat je niet wilt zeggen waarom ze je uit de gevangenis hebben vrijgelaten”, zei Laetitia, die naast hem zat, “Ik kan niet zeggen dat je het aan mij hebt te danken. God weet dat ik het geprobeerd heb, maar Nederland wil je niet terug, Luuk van Dijk.”
“Nederland zal spoedig de rekening gepresenteerd krijgen”, zei Luuk verbitterd. Het hoogverraad door de Nederlandse staat had hem geschokt. Drugssmokkelaars en verkrachters, daarbij werd er gretig met uitleveringsverzoeken gestrooid. Mandy Pijnenburg, Joran van der Sloot, en die jongen die een paar jaar terug een aanslag op de Thaise kroonprinses had gepleegd, die mochten hun tijd in een Nederlandse cel uitzitten, maar Luuk van Dijk had men liever laten rotten in het buitenland. Als hij weldra de dalai lama had omgebracht, zouden ze wel anders piepen!
“Hola, tijd om uit te stappen.”, zei Laetitia, “Even een bron interviewen, en vanavond door naar Tonga. Als je het niet erg vindt, laat ik je vanmiddag even alleen. Ik wil foto’s maken van de onderdrukking en de sloppenwijken, voor mijn sociaal bewogen weblog.”
“Geen probleem”, zei Luuk met een boosaardige glimlach. Hij kon geen pottenkijkers gebruiken als hij de dalai lama naar die grote lama-kennel in de lucht stuurde.
Ze verlieten het vliegtuig, door de slurf.
“Waarom noemen ze het eigenlijk een slurf?”, peisnde Luuk hardop, “Oh ja. Dáárom.”
“Tibet, wat een land”, zei Laetitia, “Bezet door China. Mensenrechten worden hier aan de lopende band geschonden. Wanneer wordt de wereld wakker? Hopelijk kan de Occupy-beweging de alarmklok luiden.”
“Het lijkt er anders op dat de Occupy-beweging hier al lang voet aan de grond heeft”, zei Luuk met een glimlach. Hij wees naar de bezetters, gewapende Chinese soldaten die al meer dan vijftig jaar de bevolking onderdrukten.
“Oh, jij schurk.”, zei Laetitia en ze gaf hem een speelse stomp.
“Ho daar. Ik moet een ‘low profile’ houden”, besloot Luuk toen ze de overvolle vliegveldhal betraden, “Mijn vijanden mogen niet weten dat ik in Tibet ben.” Hij trok zijn kraag op.
“Denk je serieus dat je hier iemand tegenkomt?”, vroeg Laetitia spottend.
“Haat me niet! Vliegvelden zijn broeinesten voor zogenaamde toevallige ontmoetingen. Zo liep ik eens bij het uitchecken op Schiphol Hanneke Groenteman tegen het lijf. Van het een kwam het ander en een kleine maand later presenteerden we samen een programma over boeken, op de zondag. De naam ontschiet me nu even. Oh ja, ‘Boeken met Luuk van Dijk’. Het was een doorslaand succes. In de eerste aflevering gaf ik ‘Onze Oom’ van Grunberg nul sterren, met de befaamde woorden ‘Ik kan hier dus helemaal niets mee’. De literaire wereld buitelde over me heen. Afth van der Heijden stuurde me een handgeschreven brief om me een hart onder de riem te steken.’
Laetitia rolde met haar ogen, alsof ze hem niet helemaal serieus nam. “Waar in Tibet woont de volgende bron die we gaan interviewen?”, vroeg ze.
“Waar woont de dalai lama?”, vroeg Luuk matter-of-factly.
“In de MacLeod Ganj, bij Dharamsala.”
“Oh, daar woont mijn bron toevallig ook.”, zei Luuk, “Komt dat even mooi uit.”
“Ja, maar Luuk…”, zei Laetitia, “Dat is op zich wel in India.”
“Wááat?”, zei Luuk, “Dat slaat dus helemaal nergens op. Ik dacht dat de dalai lama in Tibet woonde. In ‘Kuifje in Tibet’ woont hij in Tibet.”
“Hij is al sinds 1959 in ballingschap in India.”, zei Laetitia, “Ik dacht dat je dat wel wist. Je moet eens ophouden ‘Kuifje in Tibet’ als je bron voor alles te gebruiken.”
“Shit.”, zei Luuk, “Hoe ver is India?”
“Best ver.”, zei Laetitia, maar Luuk had al een taxi aangehouden.

WORDT VERVOLGD.

De wereld rond in Luuk dagen, deel 4: een scabreus aanbod!

10 nov

WAT VOORAFGING:

Als blijkt dat de excentrieke doch innemende professor-in-opleiding Luuk van Dijk bij zijn academische research toch wel erg veel op het werk van Diederik Stapel heeft gevaren, krijgt hij één laatste kans op eerherstel; een titanische queeste om al zijn bronnen opnieuw te interviewen en zo hun betrouwbaarheid te verifiëren. Het spoor voert hem naar Nablus, waar Luuks paspoort blijkt te zijn verlopen. Onze (anti-?)held belandt in een donkere cel, en de Nederlandse overheid laat hem abrupt vallen. Is er nog hoop voor Luuk van Dijk?

“Er is bezoek voor je, Luuk van Dijk”, zei de hoofdbewaker op een ochtend.
“Zeg maar dat ik er niet ben.”, riep Luuk vanuit zijn cel, “Ik heb nu even geen tijd.”
“Je bezoeker draagt een officieel pak en een officieel koffertje”, drong de hoofdbewaker aan, “Dit kan de grote dag zijn.” Net als veel andere bewakers was hij in de loop der tijd op die onmogelijke doch sympathieke Luuk van Dijk gesteld geraakt, als een soort van omgekeerd ‘Stockholm Syndroom’, en hij wenste de opgesloten professor-in-opleiding het beste. Bovendien zou zijn werk een stuk gemakkelijker worden als hij niet langer voortdurend door Luuk van Dijk op diverse rotklusjes werd gestuurd.
“Goed dan. Zeg hem maar dat hij een paar minuten wacht”, zei Luuk, “Ik ben me net aan het scheren.”
Het was waar. Hij had zijn stuk van het Jezuskruis dat hij aan zijn avontuur met de smokkelaars op Schiermonnikoog had overgehouden met een medegevangene geruild voor een heus scheermes, een grote ‘commodity’ in een gevangenis. Het was een gouden ruil gebleken; dat Jezuskruis had hem niets dan splinters bezorgd en bovendien was Luuk sinds enige tijd gebrouilleerd met georganiseerde religie*.
“Nou, laten we maar eens zien wie het is dan”, toen hij enkele minuten later de bezoekersruimte betrad. Daar zat een klein mannetje in een zwart pak; hij deed Luuk een beetje aan een wezel denken.
“Hei hola”, zei Luuk, “Wat is op, mijn man? Wat’s het woord uit op de straat? Wat is – zoals het volk zegt – ‘kebeurd’?” In de loop der weken had hij zich het dialect van de andere gevangenen eigen gemaakt. Hier voelde hij zich erg goed bij; niemand kon nu zeggen dat Luuk van Dijk geen man van het volk was.
“Ga zitten, Luuk van Dijk”, zei de wezel, “We moeten praten.”
Luuk ging zitten, niet omdat de man het vroeg maar omdat hij het wilde. Luuk geloofde nog altijd in de vrije wil. “Leg het op me, swa.”
De man trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. “Pardon?”
“Laat ook maar.”, zei Luuk, “Ik heb toch het idee dat ik iets verkeerd doe met die straat-taal. Welnu, de grote Luuk van Dijk heeft een bezoeker. Waarom ben je hier, man?”
“Ik heb een aanbod voor je. Je zit nu al bijna een half jaar in deze gevangenis. Als gelauwerd academicus ben je niet op je plaats in zo’n donkere cel, dat ziet de Mossad ook wel in. Wat zou je ervan vinden als we een regeling troffen.”
“Daar heeft Luuk van Dijk wel oren naar, meneertje!”
“Uitstekend. Ik kan je je vrijheid teruggeven”, zei de man, “Als je in ruil daarvoor een dienst verricht.”
“Een dienst?”, vroeg Luuk, “Wat voor een dienst? In principe verleent Luuk van Dijk namelijk geen diensten. Het is een teken van zwakte, ziet u?”
“Het is heel simpel”, zei de man van de Mossad, “Wij vragen je de Dalai Lama om te brengen.”
Luuk stond op en wierp zijn stoel omver. “Ja hee zeg, ik ga geen lama ombrengen. Luuk van Dijk houdt van álle dieren.”
“De dalai lama”, herhaalde de man van de Mossad een tikje wanhopig, “De spiritueel leider van het Tibetaans boeddhisme. Wij moeten hem niet. Eh… je weet toch wel zeker dat je een academicus bent…?”
Dit moordplan zette Luuks bereidheid om de gevangenis te verlaten op losse schroeven. Het klonk als een verdomd lastig karwei, de dalai lama vermoorden.
“Pfff. Ik weet eigenlijk niet of ik nog wel terug de buitenwereld in wil”, zei Luuk, “Bah werken. Liever houd ik er mee op. Dan word ik schilder in de buitenlucht. Kunstschilder welteverstaan, dus dan sta ik op een grasveld te schilderen. Vooral zonsondergangen, maar die verkoop ik dan als zonsopgangen. Voor echte zonsopgangen moet je te vroeg opstaan als je het mij vraagt. Dan kan ik net zo goed blijven werken.”
“Dat sowieso niet, want je zit in de gevangenis”, zei de man, “En het lijkt er niet op dat je spoedig vrijkomt. De Nederlandse overheid ontkent inmiddels dat je ooit een ingezetene van hen bent geweest.”
“De haters! Okee, ik doe het.”
De man overhandigde hem zijn ticket. “Hier. Zet je reis voort. Je reisgenote mag van niets weten. Onder het mom van academische research zullen we je Tibet binnenloodsen. Jij bent de man voor deze job. De rest is op tot jou. En onthoud: mocht je gepakt worden, dan weten wij van niets.”
Als ik gepakt word, dacht Luuk bij zichzelf, dan geef ik jullie de schuld. Van alles! Hij glimlachte sluw. Luuk van Dijk zou hen allemaal te slim af zijn.
“Wat glimlach je sluw, Luuk”, constateerde de man van de Mossad.
“Dat is hoe ik altijd glimlach.”, zei Luuk, “Maak je geen zorgen…”

(MICROSOFT) WORD VERVOLGD!

* Zie: Luuk van Dijk gaat een avondje stappen met God

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.