Drie jaar bij de Madeltar-fabriek: het onthutsende verhaal van een voormalig medewerker van ‘Te veel bloggers’.

21 feb

Door Faisel Meer

Als ik C. zie zitten aan een tafeltje achterin café Meesters te Tilburg, valt mij onmiddellijk op hoe weinig hij lijkt op de jongere C. die ik zag op het drietal foto’s dat een vluchtige Google Image Search produceerde. Wanneer ik hem hiernaar vraag, verklaart C. dat hij de afgelopen weken het nodige haar heeft verloren. Zelfs zijn karakteristieke snor dreigt los te laten. “Vreemd. Ik had nooit een aanleg voor kaalheid. Onbewust zal ik toch de nodige stress hebben ervaren.”
C. roert lusteloos in zijn kopje koffie terwijl hij het verhaal doet van zijn vijf jaren als tekenaar en verzorger van de opmaak voor ‘Te veel Bloggers’, de razend populaire site van filantroop en miljonair Alec Madeltar. “Madeltar is nu een merknaam maar vijf jaar geleden was hij niets, helemaal niets. “Hij belde me op zondagochtend wakker. ‘Claav’, zegt ‘ie, ‘Claav, ik heb je hulp nodig. Volg je het nieuws?’ Ik antwoordde ontkennend. ‘Mooi. Mooi zo.’, zei hij, ‘Je hebt niets meegekregen over een rechtszaak of zo? Prima. Het zit zo. Ik heb besloten om een weblog op te zetten. Uit vrije wil, mind you, niet als onderdeel van een taakstraf. Dat zou bespottelijk zijn. Ik wil een blog opzetten, ter lering en vermaak van de mensen. Je weet hoeveel ik om mensen geef. Nu zoek ik nog iemand voor de opmaak. Ik moest meteen aan jou denken.’”
C. en Madeltar gaan een eind terug. In 2008 – Madeltar opereert dan nog vanuit belastingparadijs België – wordt C. al ingezet om enkele afbeeldingen te photoshoppen voor Madeltars eerste blog. “Ik wist niet wat me overkwam. Het enige moment zit ik met een uitkering op de bank, het volgende moment betaalt een rijke vreemdeling me bakken met geld om afbeeldingen van een of andere Belgische priester te bewerken.” Later, toen de bom ontplofte en gerechtelijke stappen tegen C. werden ondernomen vanwege het onteren van de naam van de man die in 2005 werd verkozen tot de grootste Belg aller tijden, was Madeltar nergens te vinden. “Hij heeft me één keer gebeld. Toen prees hij me en stelde me op één lijn met die Zweedse cartoonisten maar excuses? Ho maar. Ik had toen al moeten weten dat ‘ie niet te vertrouwen was, ‘een rat’ zoals ze in de bak zeggen. Maar ik was blij met elke job die mijn kant op kwam. De wolf stond voor de deur, dan ben je niet meer zo kritisch.”
Na zijn vrijlating ging C. noodgedwongen opnieuw met Madeltar in zee. “Medio 2009 komt hij dus met een nieuw plan. Heeft ‘t over een blogplatform, waarbij jonge schrijvers worden aangemoedigd om hun probeersels online te zetten en met anderen te delen. Het klonk als een mooie droom, maar de werkelijkheid was natuurlijk dat Madeltar een strenge eindredactie voerde en naar willekeur alles dat hij niet binnen de stijl van zijn blog vond passen de prullenbak in flikkerde. Maar goed, daar houd ik me niet mee bezig. Ik hoefde maar twee dingen te weten: dat ik dit keer geen gevangenisstraf riskeerde, en hoeveel het zou schuiven…”

VOLGENDE WEEK: DEEL 2.

Reis om de wereld in Luuk dagen, deel 7: Llama zegt ‘Wat?’

20 jan

De citadel van Dharamsala was misschien niet een van de zeven wereldwonderen, maar het had er zomaar een kunnen zijn. Een groot paleis, gehouwen uit zand, een entree gemaakt van lapis lazuli, vloeren belegd met smaragden en spouwmuren die grote spiegels waren. Aan het uiteinde van de enorme inkomsthal zwaaide een immense pendule onder een klok met één kleine en wel negenendertig grote wijzers, één voor elke tijdzone op onze wereld. Geüniformeerde mannen met op hun ruggen de afdruk van een gehoefde llama-poot liepen af en aan, en voortdurend arriveerden koeriers en boden met het laatste nieuws omtrent belangrijke gebeurtenissen op het wereldtoneel.
“Een aanslag in het Midden-Oosten!”, riepen ze, of “De Dow Jones is gedaald! Verkopen, verkopen!” Ook al verkeerde de dalai lama in ballingschap, hij zou zich niet laten afsluiten voor de buitenwereld.
Luuk was een tikje overdonderd toen hij binnenkwam. Hij had verwacht zo door te kunnen lopen naar de dalai lama, maar het was duidelijk dat dit meer voeten in aarde zou hebben.
“Had u een afspraak?”, vroeg een jongedame die achter de receptie zat. Luuk was aangenaam verrast dat ze Nederlands sprak. Met al deze wereldreizen zou hij bijna zijn moedertaal verleren.
“Een afspraak?”, peinsde Luuk hardop, “Moet je tegenwoordig een afspraak hebben om naar de llama te mogen?”
“Jazeker. De lama is een drukbezet man.”, zei het meisje, “Wacht eens even… Die aristocratische oogopslag, die grote neusgaten… Ken ik jou niet ergens van?”
Luuk zweeg diplomatiek. Hij was berucht in zijn onvermogen om gezichten te herkennen. Vrijwel elk gezicht had evenveel ogen, oren, een neus en een mond; hij vond het haast onmogelijk daar onderscheid in te vinden. Er waren dagen dat hij in de spiegel keek en zich afvroeg aan wie het ingevallen, vermoeid ogende gezicht dat terug staarde kon toebehoren.
“Ik weet het zeker. Ja, Luuk van Dijk! Jij bent het!”, riep ze. Ze viel hem nog net niet om de hals. Die ogen… Had hij die ooit eerder gezien? Haar mond misschien? Was er iets bijzonders of unieks aan haar jukbeenderen of haar voorhoofd dat een herinnering triggerde? Hoe hard hij ook zijn best deed, hij kon niets bedenken. “Sorry als ik je niet herken, meisje, maar ik heb net drie maanden in een Joodse cel doorgebracht en laat ik het zo zeggen: dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”
“Ik ben het, Luuk. Bobbine, van je middelbare school. Ik zat naast je bij wiskunde. Oh, wat hebben we wat afgelachen bij de lessen van die oude meneer Brekelmans.”
“Oh ja”, loog Luuk, “Nu weet ik het weer. Hoe gaat het met je, Wobine?”
“Na de middelbare school ben ik gaan reizen.”, zei Bobbine, “Ik heb de hele wereld gezien. Rusland, Japan, de Amerika’s. En Tibet natuurlijk. Bij het boeddhisme bleek toch echt mijn hart te liggen. Ik heb hier geholpen een school voor weeskinderen op te zetten. Op die manier kreeg ik de aandacht van de hoogste leider van het boeddhisme, en nu ben ik de persoonlijke assistente van de dalai lama.”
De lamaverzorgster, dacht Luuk, daar is ze dan voor naar school geweest. “Ik zou graag de lama persoonlijk spreken. Kun jij dat voor me regelen?”
“Ik zou het voor je kunnen regelen”, zei ze aarzelend, “Maar…” Een traan welde op in haar ooghoek. “Ik word nu even teveel in beslag genomen door het probleem waarmee ik kamp. Het zit zo: Ik ben mijn zilveren halsketting verloren, een erfstuk van mijn moeder, moge zij rusten in vrede.”
“Ja”, begon Luuk, “Als ik…”
“Oh! Wat lief dat je wilt doen.”, zei ze, “Typisch Luuk! Ik heb altijd al geweten dat je een goed mens was. De halsketting werd me ontstolen door bedoeïenen. Ze hebben zich verschanst in een grot. Hier, ik zal de locatie op je kaart aangeven.”
“Geen zorgen, deze jongen heeft GPS.”, zei Luuk, zwaaiend met mijn Blackberry, “Mail me de coördinaten maar door.”
Met die woorden keerde hij zich om en wandelde terug naar de riksja. “Daar ga ik weer”, zei hij bij zichzelf, “Het ergst is dat ik me niet eens meer herinner waarom ik hier ben, of wat ik hier doe. Wat bezielde me om naar het buitenland te gaan? Ik had beter gewoon in Nederland kunnen blijven. Weet je wat? Dat is wat ik doe. Ik ga gewoon terug naar huis. Het is leuk geweest. Dag Tibet! Dag Azië! Als je Luuk van Dijk zoekt, dan zit hij thuis met een goed boek op de bank.”
Hij klom in de riksja, ging zitten, en besefte toen pas dat er iemand naast hem zat. Een figuur in zo’n lama-uniform, een werknemer van de dalai lama.
“Zoek je eigen riksja, maat.”, begon Luuk maar voor hij zijn zin had afgemaakt was er een lap chloroform tegen zijn gezicht gedrukt…

VOLGENDE KEER: DE FINALE!

Een verlaat kerstbericht!

26 dec

Beste lezer(s),

Bij deze een heel gelukkig kerstfeest en spetterend nieuwjaar.
Warme groeten van het creatieve team achter ‘Te veel bloggers’, te weten Rutger, Kiki, Milou, Edgar, Clavicus, Freek en natuurlijk Madeltar!

Reis rond de wereld in Luuk dagen kerstspecial

12 dec

WAT VOORAFGING:

Kom op, die drie mensen die dit nog lezen, kijken toch alleen voor de malle grappen en doldwaze situaties. Ik kan hier alles schrijven wat ik wil. By the way, die Occupy-beweging houdt het nog verrassend lang vol, niet? Toen ze begonnen gaf ik ze misschien drie dagen, maar ze zitten er nu al maanden. Chapeau, Occupy. Ook al deel ik jullie standpunten niet, ik respecteer dat jullie het volhouden.

WAT NU VERDERGING:

De taxi kon Luuk en Laetitia naar de grens tussen Tibet en India brengen. Daarna zouden ze moeten overstappen in een riksja, of trishaw, om de rest van de weg naar Dharamsala, de citadel waar de dalai lama zich voor Luuk van Dijk verschanste, af te leggen.
Tibet vond Luuk maar een leeg land, en hij was blij dat hij het achter zich kon laten. Teveel bergen, te weinig volk, en dan die ijle lucht die overal hing. Luuk was de mening toegedaan dat het maar laf was je land met bergen en dalen te vullen en het daarbij te laten; zo kon hij het ook. Waar was de cultuur, de muziek? Als je één boeddhistisch monnikkenklooster had gezien, had je ze eigenlijk allemaal gezien. Alleen al de gedachte zeven jaar in een land als dit door te brengen, zoals de Duitse bergbeklimmer Heinrich Harrer had gedaan, maakte hem neerslachtig.
Na een rit van tientallen weken, reden ze dan eindelijk India binnen, waar ze overstapten op een riksja. Luuk gaf de chauffeur van de taxi geen fooi, en betaalde hem, omdat hij zich geen raad wist met de Chinese muntsoort (de zogeheten renminbi), waarschijnlijk te weinig, maar de chauffeur, gewend aan vijf decennia van onderdrukking, was te beleefd om hier iets van te zeggen.
De bergen maakten plaats voor krottenwijken. Luuk vond India maar een rommelig land. Teveel mensen, teveel verkeer op de weg. Vreemde geurtjes en onverstaanbaar bastaard-Engels. Hij weigerde alle etenswaren die hem werden aangereikt. Zijn westerse gestel was deze specerijen niet gewend, en hij zou waarschijnlijk salmonella of een fikse buikgriep oplopen. Wat zei hem bovendien dat deze mensen zich geen schuldig maakten aan kannibalisme? Het zou de eerste keer niet zijn dat Luuk in een vreemd oord een stuk mensenvlees kreeg aangeboden*. Dus hield hij het bij de zakken vol krentenbollen die hij in al zijn wijsheid van huis had meegenomen, en hoopte uit alle macht dat hij geen scheurbuik zou oplopen.
Tijdens de riksjarit had Luuk een vreemde gewaarwording. Terwijl ze over rommelig terrein reden en de ongeasfalteerde rijkswegen van India trotseerden en Laetitia keer op keer in zijn armen werd geslingerd, betrapte hij zich erop dat hij haar stiekem wel lekker vond ruiken, dat hij genoot van de manier waarop de wind met haar haar speelde, dat hij begon uit te zien naar de volgende hobbel, het volgende gat in de weg.
Deze gevoelens verwarden en beangstigden hem. Kon het zijn…? Was hij… verliefd aan het worden? Nee toch! Luuk, blijf bij je principes, sprak hij zichzelf streng toe. Vrouwen zijn altijd een dood spoor voor je geweest. De herenliefde, dat is jouw ‘ding’, je hobby, je voornaamste karaktereigenschap zelfs. Om dat nu allemaal overboord te gooien, alsof het een jeugdige bevlieging was, zou schandelijk en verwerpelijk zijn!
“Ik ben slaperig”, zei Laetitia, “Is het goed als ik jouw borst als kussen gebruik?”
“AAAAAI!!!!”, riep Luuk.

WORDT VERVOLGD.

* Zie ‘Luuk van Dijk bezoekt Vlissingen’

Reis rond de wereld in Luuk dagen, deel 5

24 nov

WAT VOORAFGING:

De excentrieke doch innemende promovendus Luuk van Dijk is op reis rond de wereld! Hoewel de buitenwereld denkt dat hij met zijn charmante assistente Laetitia voor Tilburg University op een bronnenverificatie-onderzoek is, weet alleen Luuk dat hij een nog veel duisterder doel voor ogen heeft: zijn nieuwe bazen bij de Mossad willen dat hij de veertiende dalai lama ombrengt!

WIE-WA! WIE-WA!
Politiehelikopters cirkelden boven MacLeod Ganj, zetel van de veertiende dalai lama, de allerheiligste man van de wereld. Een dikke rookpluim walmde uit een krater die even tevoren in de grond voor een oud kloostergebouw was geslagen. Mensen schreeuwden, sirenes jankten.
“De dalai lama!”, riep iemand, “De dalai lama is in rook opgegaan!”

TWINTIG WEKEN EERDER.

Luuk van Dijk tuurde zwijgend uit het raam terwijl zijn vliegtuig landde op Tibet International Airport. Azië, was dit Azië? Nu kon hij zeggen dat hij in vier werelddelen was geweest. Zijn oude moedertje zou trots op hem zijn.
“Ik begrijp niet dat je niet wilt zeggen waarom ze je uit de gevangenis hebben vrijgelaten”, zei Laetitia, die naast hem zat, “Ik kan niet zeggen dat je het aan mij hebt te danken. God weet dat ik het geprobeerd heb, maar Nederland wil je niet terug, Luuk van Dijk.”
“Nederland zal spoedig de rekening gepresenteerd krijgen”, zei Luuk verbitterd. Het hoogverraad door de Nederlandse staat had hem geschokt. Drugssmokkelaars en verkrachters, daarbij werd er gretig met uitleveringsverzoeken gestrooid. Mandy Pijnenburg, Joran van der Sloot, en die jongen die een paar jaar terug een aanslag op de Thaise kroonprinses had gepleegd, die mochten hun tijd in een Nederlandse cel uitzitten, maar Luuk van Dijk had men liever laten rotten in het buitenland. Als hij weldra de dalai lama had omgebracht, zouden ze wel anders piepen!
“Hola, tijd om uit te stappen.”, zei Laetitia, “Even een bron interviewen, en vanavond door naar Tonga. Als je het niet erg vindt, laat ik je vanmiddag even alleen. Ik wil foto’s maken van de onderdrukking en de sloppenwijken, voor mijn sociaal bewogen weblog.”
“Geen probleem”, zei Luuk met een boosaardige glimlach. Hij kon geen pottenkijkers gebruiken als hij de dalai lama naar die grote lama-kennel in de lucht stuurde.
Ze verlieten het vliegtuig, door de slurf.
“Waarom noemen ze het eigenlijk een slurf?”, peisnde Luuk hardop, “Oh ja. Dáárom.”
“Tibet, wat een land”, zei Laetitia, “Bezet door China. Mensenrechten worden hier aan de lopende band geschonden. Wanneer wordt de wereld wakker? Hopelijk kan de Occupy-beweging de alarmklok luiden.”
“Het lijkt er anders op dat de Occupy-beweging hier al lang voet aan de grond heeft”, zei Luuk met een glimlach. Hij wees naar de bezetters, gewapende Chinese soldaten die al meer dan vijftig jaar de bevolking onderdrukten.
“Oh, jij schurk.”, zei Laetitia en ze gaf hem een speelse stomp.
“Ho daar. Ik moet een ‘low profile’ houden”, besloot Luuk toen ze de overvolle vliegveldhal betraden, “Mijn vijanden mogen niet weten dat ik in Tibet ben.” Hij trok zijn kraag op.
“Denk je serieus dat je hier iemand tegenkomt?”, vroeg Laetitia spottend.
“Haat me niet! Vliegvelden zijn broeinesten voor zogenaamde toevallige ontmoetingen. Zo liep ik eens bij het uitchecken op Schiphol Hanneke Groenteman tegen het lijf. Van het een kwam het ander en een kleine maand later presenteerden we samen een programma over boeken, op de zondag. De naam ontschiet me nu even. Oh ja, ‘Boeken met Luuk van Dijk’. Het was een doorslaand succes. In de eerste aflevering gaf ik ‘Onze Oom’ van Grunberg nul sterren, met de befaamde woorden ‘Ik kan hier dus helemaal niets mee’. De literaire wereld buitelde over me heen. Afth van der Heijden stuurde me een handgeschreven brief om me een hart onder de riem te steken.’
Laetitia rolde met haar ogen, alsof ze hem niet helemaal serieus nam. “Waar in Tibet woont de volgende bron die we gaan interviewen?”, vroeg ze.
“Waar woont de dalai lama?”, vroeg Luuk matter-of-factly.
“In de MacLeod Ganj, bij Dharamsala.”
“Oh, daar woont mijn bron toevallig ook.”, zei Luuk, “Komt dat even mooi uit.”
“Ja, maar Luuk…”, zei Laetitia, “Dat is op zich wel in India.”
“Wááat?”, zei Luuk, “Dat slaat dus helemaal nergens op. Ik dacht dat de dalai lama in Tibet woonde. In ‘Kuifje in Tibet’ woont hij in Tibet.”
“Hij is al sinds 1959 in ballingschap in India.”, zei Laetitia, “Ik dacht dat je dat wel wist. Je moet eens ophouden ‘Kuifje in Tibet’ als je bron voor alles te gebruiken.”
“Shit.”, zei Luuk, “Hoe ver is India?”
“Best ver.”, zei Laetitia, maar Luuk had al een taxi aangehouden.

WORDT VERVOLGD.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.